AD, woensdag 17 juni 2020

Interview met Rick Brink, ‘Minister van Gehandicaptenzaken, door Ton Voermans

Minister van Gehandicaptenzaken: ‘Mensen begrijpen nu hoe wij ons altijd voelen’

Interview/videoNederland krabbelt weer op uit de coronacrisis. Minister van Gehandicaptenzaken Rick Brink hoopt dat er blijvend iets is veranderd. ,,Mensen begrijpen nu hoe wij ons altijd voelen.’’

Rick Brink pakte 9 maart meteen zijn telefoon toen hij een persconferentie van premier Rutte en Jaap van Dissel van het RIVM zag. ,,Er was geen doventolk. We zaten middenin de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog en ze waren dat vergeten! Ik heb minister Hugo de Jonge meteen gebeld en gezegd: dit is echt niet meer van deze tijd. Bij de volgende persco stond doventolk Irma Sluis, onze held, tussen de bewindspersonen in om live met gebaren te vertalen. Irma doet het fantastisch. De aandacht die zij kreeg heeft ervoor gezorgd dat mensen een doventolk normaal zijn gaan vinden.’’

Bataljon

Rick Brink, 34 jaar, is vandaag precies één jaar minister van Gehandicaptenzaken, een initiatief van omroep KRO-NCRV. Hij heeft geen ministerie, geen bataljon ambtenaren of miljarden euro’s budget, maar wel invloed.

,,Er zitten meerdere bewindspersonen met hun 06 in mijn telefoon’’, zegt hij. ,,De titel minister heeft impact. Hugo de Jonge heeft me meteen mee naar de ministerraad genomen toen ik vorig jaar was gekozen. Dat is best bijzonder, want ik ben natuurlijk gewoon een burger. Dat was niet gelukt als je iemand ambassadeur voor gehandicaptenzaken noemt. Bewindspersonen bellen mij nu zelf ook. Minister De Jonge wil dan videobellen om te horen wat er speelt bij mensen met een beperking in deze coronatijd. Ik heb echt het idee dat ik dan gelijkwaardig ben.’’

Brozebottenziekte

Hij heeft een vorm van brozebottenziekte, osteogenesis imperfecta (OI), een aangeboren aandoening. Hij is klein gebleven en breekt gemakkelijk iets. Hij zat al vijftien keer in het gips en heeft het lopen met een rollator maar opgegeven – te riskant. En met zijn lengte van 1,04 meter ‘kon ik nog geen glas water van de tafel pakken.’

Door zijn lichaamsbouw, relatief grote longen, behoort hij tot de risicogroep. ,,Daar wil je geen ontsteking hebben. In de eerste weken was ik heel erg bang. Later vroeg iemand: ‘Heb jij vaak griep?’ Nee, eigenlijk nooit. Hij stelde dat ik dan geen problemen had met mijn immuunsysteem. En ik ben jong. Er zijn schattingen dat van de twee miljoen mensen met een beperking ongeveer de helft kwetsbaarder is bij een coronabesmetting. Heel veel mensen hadden schrik voor het virus. Mensen die thuiswonen met beademingsproblemen, met een stoma, mensen met OI zoals ik, noem maar op. Die angst is er nog steeds en deze groep zit nog steeds veel thuis.’’

Eenzaam

,,Mensen met een beperking voelen zich meer dan gemiddeld eenzaam en de hoofdoorzaak is omdat ze geen werk kunnen vinden. Ze zitten altijd thuis. Dát beperkt ze. Ik kreeg afgelopen tijd echt berichten van mensen met een beperking die zeiden: het is ook weleens fijn dat heel de samenleving nu voelt hoe ik me iedere dag voel.’’

,,Toen ik achttien was en een bijbaantje zocht, kreeg ik te horen: ‘Meneer Brink, weet u wat u moet doen. Een Wajong-uitkering aanvragen, dan kunt u gewoon lekker thuiszitten. Daar kunt u prima van leven.’ Gelukkig stonden mijn ouders er anders in. Als puber wilde ik een mobiele telefoon. Dan zoek je een baantje en ga je ervoor sparen, zei mijn vader. ‘Maar pa, ik kan toch geen vakkenvullen?’ ‘Dat maakt me niet uit’, was zijn antwoord. ‘Er zijn genoeg ondernemers die werk hebben dat je wel kunt.’ Mijn eerste baantje was centralist bij een taxi-onderneming. Nu ben ik minister van Gehandicaptenzaken, een betaalde baan in dienst van de KRO-NCRV.’’

Vriendjes

,,Mijn ouders hebben grote moeite moeten doen om mij op een reguliere basisschool te krijgen. Het lukte en daardoor had ik vriendjes in de buurt. Maar veel kinderen met een beperking gaan naar een speciale school en missen die sociale contacten. Zij worden niet uitgenodigd voor kinderfeestjes. Ik ben heel trots op het SamenSpeelAkkoord waarin we met allerhande partijen hebben afgesproken dat binnen twee jaar meer dan de helft van de Nederlandse gemeenten een inclusieve speeltuin heeft. Als kinderen met een beperking leren dat ze er niet bij horen en kinderen zonder beperking ze heel raar vinden, dan missen we de boot. Dus meng de kinderen. In een rolstoel kun je niet veel in een speeltuin.’’

,,Het gaat niet vanzelf. Steeds is het weer nodig de vinger op te steken en te zeggen: Hé, wij zijn er ook nog! Overal. Supermarkten eisten dat iedereen met een karretje liep. Toen ben ik met het Centraal Bureau Levensmiddelen in gesprek gegaan over het feit dat er een grote groep is die dat niet kan en dus niet aan de levensmiddelen kan komen. Bij de NS eenzelfde verhaal. Hoe moeten blinden aan de hand van stickers weten waar ze mogen zitten? Of neem de terrassen die zijn uitgebreid. Prima, maar ze staan wel op de geleidelijnen voor slechtzienden. Dan neem ik contact op met Koninklijke Horeca Nederland om dat te veranderen.’’

,,Corona biedt mensen met een gebrek ook ongekende kansen. Opeens is het heel normaal om thuis les te krijgen en vanuit thuis te werken. Het kán! Maar nu alles weer opengaat en werkgevers weer willen dat je naar kantoor komt, dan ontstaat er weer ongelijkheid. Het is mijn topprioriteit om ervoor te zorgen dat dat niet gebeurt. Ik hoop dat de coronacrisis uiteindelijk positief uitpakt voor mensen met een beperking.’’