Laat ik positief beginnen: het gaat soms verrassend goed om mensen met een beperking bij te staan. Zowel door de overheid (ja echt waar) maar ook door vele particuliere mantelzorgers. Prima dus.

Maar voor een mens-met-een-beperking is het elke dag code geel: elke minuut opletten. Waarop? Hebbie-effe? Doen de metroliften het? Gaan de voorwieltjes van mijn rolstoel niet tussen metro en het perron? Kan ik bij de boodschappen hoog in de schappen? Kan ik veilig pinnen zonder dat iemand mee kijkt? Word ik niet beroofd vanuit de tas die achter m’n rolstoel hangt? Kan ik elk gebouw in? Kan ik ook terecht in het nieuwe zwembad Aquapelle? Hoe kan ik de geschreven (!) tekst in een brief groter krijgen? (niet). Hoe krjjg ik met een handbeperking die kl… plastic verpakkingen van de vleeswaren open? Waarom struikel ik steeds over die scheef liggende tegels waar ik al maanden over klaag? Waar moet ik naar toe nu mijn woning niet geschikt gemaakt kan worden voor mijn beperking? Hoe krijg ik mijn rolstoelwielen langs de ganzendrollen op het trottoir? Etc.

Kortom, het is altijd code geel. Niet alleen in de Covid-tijd. (Sjors Los)